Leidingen isoleren kan twee dingen opleveren: minder warmteverlies bij de verwarming, en minder kans dat een koudwaterleiding bevriest. Maar niet elke leiding moet geïsoleerd worden. Bij leidingen naar de warme kraan kan isoleren juist een risico op legionella geven. Daarom eerst: welke leiding is het?
Welke leidingen isoleert u, en welke niet?
- Cv-leidingen (de leidingen van de verwarming naar de radiatoren) in een onverwarmde ruimte, zoals de kruipruimte, de zolder of de garage: wel isoleren. Daar gaat de warmte anders verloren voordat die bij de radiator is.
- Koudwaterleidingen in de kruipruimte, een schuur, de garage of langs een buitenmuur: wel isoleren, tegen vorst. Lopen ze vlak langs warme leidingen, dan houdt isolatie ze ook koel.
- Leidingen van de ketel of boiler naar de warme kraan (uittapleidingen): niet isoleren. Na het tappen blijft het water daarin anders lang lauw, en in lauw, stilstaand water kan legionella groeien. RVO noemt dit uitdrukkelijk als uitzondering.
- Een circulatieleiding voor warm water, die u alleen heeft bij een boiler met een rondpompsysteem: wel isoleren, om warmteverlies te beperken.
- Leidingen in een woonkamer of slaapkamer hoeven meestal niet geïsoleerd te worden: de warmte die ze afgeven, komt de kamer ten goede.
Twijfelt u wat voor leiding het is, laat het dan nakijken voordat u gaat isoleren. Lees meer over legionella in legionella voorkomen.
Benodigd materiaal
- Buisisolatie (schalen van polyethyleenschuim) in de juiste maat
- Lijm of tape voor de naden
- Minerale wol, voor plekken waar schalen niet passen
- Een hobbymes
- PU-schuim, voor gaten waar leidingen door de muur gaan
- Eventueel een elektrisch verwarmingslint (zie hieronder)
Zo isoleert u de leidingen
- Kies buisisolatie waarvan de binnendiameter past bij de buitendiameter van de leiding. Te ruime isolatie zakt af en laat koude lucht langs de buis.
- Veel schalen hebben een naad die u kunt opentrekken om de isolatie over de buis te schuiven. Klik of plak de naad daarna dicht met lijm of tape.
- Snijd voor bochten of hoeken V-vormige partjes uit de isolatie, of snijd de stukken in verstek, en lijm de kopse kanten aan elkaar.
- Waar schalen niet passen, kunt u de buis omwikkelen met repen minerale wol (glas- of steenwol). Draag dan handschoenen.
- Waar leidingen uit de muur komen, kunt u het gat rondom met PU-schuim opvullen. Spuit spaarzaam, want het schuim zet sterk uit, en werk het na uitharden af met een hobbymes.
Isoleren is niet altijd genoeg tegen vorst
Isolatie vertraagt het afkoelen, maar houdt een leiding niet warm. Bij strenge vorst kan een geïsoleerde leiding in een onverwarmde ruimte toch bevriezen. Daarom:
- Buitenkraan: draai die in de herfst binnen af en laat hem leeglopen. Dat voorkomt de meeste vorstschade.
- Leidingen in een onverwarmde schuur of langs een buitenmuur: kunt u ze niet aftappen, dan houdt een elektrisch verwarmingslint met thermostaat de leiding net boven het vriespunt. U legt het lint langs of om de buis en isoleert daaroverheen. Volg de handleiding van de fabrikant en sluit het lint aan op een geaard stopcontact dat droog hangt. Gebruik een lint niet op een leiding naar de warme kraan.
Vriezen de leidingen toch?
- Is een leiding bevroren, ontdooi hem dan langzaam met een föhn of warme doeken. Gebruik nooit open vuur.
- Is de leiding gesprongen, draai dan meteen de hoofdkraan dicht. Een gescheurde leiding gaat vaak pas lekken als het ijs ontdooit. Lees wat u verder doet bij lekkage.
Bron voor het onderscheid tussen leidingen: RVO, energie besparen op korte termijn. Dit advies is algemeen; bij twijfel over uw installatie beoordeelt een installateur ter plekke wat verstandig is.